Je kunt een heel jaar langs de wijngaarden wandelen, maar tijdens de oogst verandert de streek in enkele dagen. Busjes rijden af en aan en bij de pers is het druk. Voor de wijnmaker begint dan een nauwkeurig karwei: gezonde trossen binnenhalen en het sap zonder onnodig schilcontact naar de kelder krijgen.
Het juiste moment valt niet op een vaste datum
In de weken voor de oogst volgen wijnbouwers hoe de druiven rijpen. Suiker, zuren en de staat van de trossen spelen mee. Het Comité Champagne gebruikt daarvoor ook metingen op controlepercelen. Een warme zomer of regenachtige periode kan de planning van een jaar flink veranderen.
Wie in september wil reizen, kan de oogst dus niet maanden vooruit op een bepaalde dag vastpinnen. Bezoek de streek ook als er nog niet wordt geplukt: aan de druiven in de wijngaard en het werk rond de pers zie je hoe dichtbij de oogst is.
Waarom handpluk?
In Champagne worden de druiven als hele trossen met de hand geoogst. Dat helpt om ze intact te houden. Vooral bij pinot noir en meunier is dat belangrijk: uit deze blauwe druiven kan een witte basiswijn ontstaan, zolang het sap niet lang met de donkere schil in aanraking komt.
De volle bakken gaan snel naar een perscentrum. Daar worden druivenrassen en herkomsten apart verwerkt. De eerste persfractie heet cuvée; de volgende taille. Dat onderscheid geeft de wijnmaker later verschillende wijnen om mee te werken.
Wat zie je als bezoeker?
Een werkende pers bezoeken vraagt tijdens de oogst een afspraak die past bij het werk van het huis. Sommige rondleidingen laten de pers wel zien, ook wanneer hij stilstaat. Bij Domaine Michel Fagot in Rilly-la-Montagne hoort de pers bij de bezoekroute; op het profiel staat de beschreven rondleiding.
Vraag bij de proeverij van welke oogst en uit welke dorpen de druiven komen. Een jonge basiswijn krijg je niet op iedere tour te proeven, maar de uitleg over de oogst maakt de uiteindelijke champagne in je glas al interessanter.
