Bordeaux is beroemd om assemblages: wijnen waarin meer dan één druif samenkomt. De combinatie verschilt per appellation en producent. Wie de belangrijkste druiven kent, begrijpt beter waarom een wijn uit de Médoc anders kan zijn dan een fles uit Saint-Émilion of Sauternes.

De rode druiven

Merlot komt in de hele streek voor en heeft aan de rechteroever vaak een prominente plaats. Cabernet sauvignon is sterk verbonden met de linkeroever, vooral Médoc en Graves. Cabernet franc is eveneens belangrijk, onder meer rond Saint-Émilion.

Dat zijn herkenningspunten, geen vaste recepten. De verhouding tussen druiven verandert per wijn en kan ook per oogstjaar verschillen.

Witte wijn hoort bij Bordeaux

Sauvignon blanc en sémillon vormen vaak de basis voor droge witte wijn. In Sauternes en Barsac speelt sémillon ook een grote rol in zoete wijn, waar geschikte omstandigheden edele rotting mogelijk maken.

Vraag tijdens een proeverij welke druiven in precies die fles zijn gebruikt. Daarmee kom je verder dan met een algemene regel over een hele oever.