Een champagnehuis kan druiven uit verschillende dorpen en jaren samenbrengen. Toch helpt het om de rassen afzonderlijk te kennen. Als je weet waar chardonnay, pinot noir en meunier vaak groeien, begrijp je ook waarom een tocht door de wijngaarden meer vertelt dan een etiket alleen.

Drie druiven, veel mogelijkheden

Chardonnay is een witte druif. Pinot noir en meunier zijn blauw, al kan hun sap ook de basis voor witte champagne zijn. Het Comité Champagne beschrijft chardonnay als belangrijk in de Côte des Blancs, pinot noir in de Montagne de Reims en meunier in de Vallée de la Marne.

Dat zijn herkenningspunten voor onderweg, geen vaste smaakregels. Bodem, oogstjaar, vinificatie en de keuzes van de maker geven iedere wijn een eigen karakter.

En de andere vijf?

Arbane, petit meslier, chardonnay rose, pinot blanc en pinot gris zijn eveneens toegelaten binnen de appellation. Je ziet ze veel minder vaak. Chardonnay rose werd in 2025 aan de toegestane rassen toegevoegd; oudere bronnen noemen daarom nog zeven rassen.

Zoek je een wijn waarin een druif bewust naar voren komt? Vraag bij een proeverij naar de samenstelling van de cuvée. Die vertelt meer dan een algemene beschrijving van het ras.